Willeke en John Klomp verruilden 15 jaar geleden hun thuisstad Zwolle voor Bergen op Zoom. Ze wilden namelijk graag een Bakker Bart vestiging beginnen en hier was daar ruimte voor. Ze kwamen kijken en waren meteen verkocht: “Het voelde als een warm bad.”

Beiden zitten ze al veel langer in het vak maar John ontwikkelde een bakkersallergie en kon niet zelf meer met deeg werken. Dat hoeft met de Bakker Bart formule ook niet. Willeke vertelt: “We krijgen de deegstukken ’s nachts aangeleverd en bakken ze hier af. Daardoor is alles super vers als we open gaan en vaak nog behoorlijk warm. Dit was voor ons de ideale oplossing. We houden van het vak en kunnen nog steeds de kwaliteit leveren die we belangrijk vinden.” Ze zijn hier inmiddels ook volledig ingeburgerd. “Bergen op Zoom is ons thuis geworden.”

De Bakker Bart formule is redelijk strak omlijnd maar, ondernemers als ze zijn, geven Willeke en John natuurlijk wél een eigen draai aan hun bedrijfsvoering. Willeke geeft een voorbeeld: “Het hoofdkantoor zit in Nijmegen. Daar kennen ze carnaval ook, maar ze snappen er niets van dat wij dan op maandag dicht zijn. Het kostte best wat moeite om uit te leggen dat het geen enkele zin heeft om op die dag open te gaan.” Maar ook op andere manieren heeft iedere vestiging zo een eigen aanpak. Hier wordt best vaak geluncht dus daar is het aanbod natuurlijk op aangepast.

Niet alles gaat goed
Of het hen hier bevalt? “In grote lijnen nog altijd heel goed”, antwoordt Willeke eerlijk. “Maar het warme bad is wel iets lauwer geworden.” Ze doelt daarmee op de situatie in de binnenstad. Met name in ‘hun’ Wouwsestraat is veel leegstand en dat oogt natuurlijk niet gezellig. Ook klaagt de onderneemster over het feit dat het centrum rommeliger is geworden. Met name zwerfvuil is haar een doorn in het oog. Daarnaast is ze niet blij met een te weinig geleegde vuilnisbak naast haar zaak. “Ik sta die geregeld zelf leeg te trekken met wegwerphandschoentjes aan, om te zorgen dat het ook naast onze bakkerij netjes blijft.”

Hoe ze dan een initiatief als het Binnenstadslab ervaart? “Op zich is het heel goed dat er aan het opwaarderen van het centrum wordt gewerkt, en ik hoor er ook best goede verhalen over. Maar we zijn er zelf ook een keer geweest, gaven allerlei input en er zou iets heel bijzonders gaan gebeuren. Daar zouden we half december over worden geïnformeerd maar we moeten het nóg horen!” Als laatste klacht wil ze ook nog wel iets kwijt over de parkeerwachten: “We hebben best wat klanten die slecht ter been zijn en ’s morgens snel wat willen halen, met de auto voor de deur. Die zijn soms nog niet gestopt en er staat al iemand te schrijven. Een béétje coulance moet toch nog wel kunnen zeker?”

Natuurlijk niet weg hier
Ondanks een aantal ergernissen denkt het bakkersechtpaar er niet over om hier weg te gaan. Daar vinden ze het vak en de stad toch écht te leuk voor. Het contact met klanten geeft bovendien veel energie, meldt Willeke: “Van sommigen weet je precies wat ze willen. Dat leggen we al klaar als ze aan komen lopen. Ook is het soms heel persoonlijk en spreek je over elkanders wel en wee. Dat is een van de mooie kanten van een bedrijf als dit. Ze sluit af met twee wensen, of noem het goede hoop, voor haar bedrijf en de stad: “Iets meer diversiteit zou goed zijn. Niet nóg meer koffietentjes bijvoorbeeld, zoals je een paar jaar geleden overal schoenenzaken zag. En meer bijzondere speciaalzaakjes, graag ook hier in de straat. Dat zou geweldig zijn.”